Subdomeinen en DNS lijken simpel, maar één verkeerd record kan website of e-mail onbereikbaar maken. Zo voeg je subdomeinen toe en pas je DNS gecontroleerd aan.
Stap voor stap
1. Bepaal waar DNS wordt beheerd
Controleer eerst de nameservers. Als het domein Cloudflare of een andere DNS-provider gebruikt, moeten records daar worden aangepast en niet alleen in cPanel.
2. Maak het subdomein aan
In recente cPanel-versies beheer je subdomeinen meestal via Domains. Voeg bijvoorbeeld staging.jouwdomein.nl toe en kies bewust de document root.
3. Voeg of controleer het A/AAAA-record
Gebruik Zone Editor en laat het subdomein verwijzen naar het juiste IPv4- of IPv6-adres. Gebruik CNAME als het subdomein een andere hostnaam moet volgen.
4. Let op TTL
Tijdens een migratie kan een lagere TTL handig zijn. Verhoog hem weer nadat de wijziging stabiel is.
5. Controleer HTTPS
Zodra DNS klopt, laat AutoSSL of Let’s Encrypt een certificaat uitgeven voor het subdomein.
6. Test resolutie
Controleer via dig/nslookup of het record wereldwijd naar het bedoelde doel wijst.
DNS controleren vanaf de commandline
dig +short staging.jouwdomein.nl
nslookup staging.jouwdomein.nl
Veelgemaakte fouten
- DNS in cPanel aanpassen terwijl de nameservers elders staan.
- Een CNAME op het hoofddomein gebruiken waar de DNS-provider dat niet ondersteunt.
- Een staging-subdomein indexeerbaar laten voor zoekmachines.
Korte controlelijst
- Nameservers gecontroleerd.
- Record op juiste DNS-provider aangepast.
- HTTPS actief.
- Staging indien nodig afgeschermd.
Conclusie
Subdomeinen en DNS beheren in cPanel wordt overzichtelijk wanneer je de wijzigingen gecontroleerd uitvoert, tussendoor test en back-ups paraat houdt. Heb je een productieomgeving waarop geen foutmarge mogelijk is, voer de wijziging dan eerst op staging uit of laat een beheerder meekijken.
