Plesk groepeert websitebeheer rond “Websites & Domains”. Daar kun je hostinginstellingen, bestanden, databases, PHP, SSL en logs per domein beheren.
Stap voor stap
1. Voeg een domein toe
Ga naar Websites & Domains > Add Domain. Kies document root en hostingtype bewust.
2. Kies PHP-instellingen
Open PHP Settings en selecteer een ondersteunde versie. Pas memory_limit of uploadlimieten alleen aan wanneer de applicatie dat nodig heeft.
3. Beheer bestanden
Gebruik File Manager voor kleine wijzigingen en SFTP/SSH voor grotere deployments.
4. Maak database en gebruiker
Open Databases, maak een database aan en geef een unieke gebruiker toegang.
5. Activeer SSL
Gebruik SSL/TLS Certificates of Let’s Encrypt en forceer HTTPS pas nadat certificaat en site correct werken.
6. Controleer logs
Open Logs bij 500-fouten of trage requests en filter op statuscode of fouttekst.
7. Plan back-ups
Gebruik Backup Manager en bewaar waar mogelijk ook een remote kopie.
Typische basisconfiguratie
Document root: httpdocs/
PHP: ondersteunde 8.x-versie
SFTP: poort 22 (indien provider dit aanbiedt)
Veelgemaakte fouten
- PHP-versie wijzigen zonder compatibiliteitstest.
- Force HTTPS activeren voordat het certificaat geldig is.
- Back-ups alleen lokaal op dezelfde server bewaren.
Korte controlelijst
- Domein resolveert correct.
- PHP-versie getest.
- HTTPS actief.
- Back-up gepland.
Conclusie
Plesk Panel: websites beheren in een handomdraai wordt overzichtelijk wanneer je de wijzigingen gecontroleerd uitvoert, tussendoor test en back-ups paraat houdt. Heb je een productieomgeving waarop geen foutmarge mogelijk is, voer de wijziging dan eerst op staging uit of laat een beheerder meekijken.
